Talent S 107 West

Talent S107 West

2004, Amsterdam, Stadsdeel Slotervaart, Nederland

Concept en Uitvoering: Paul Pieck & Benno Réwinkel.

De buurt komt opvallend vaak negatief in het nieuws. Relletjes, criminaliteit, afrekeningen, drugshandel en hangjongeren. De overheid zit met de handen in het haar omdat ze geen grip krijgt op de situatie. Het woord ‘kutmarokkanen’ valt. De jongeren zijn overwegend van Marokkaanse, Turkse en Surinaamse komaf. Theo van Gogh wordt vermoord door iemand uit Nieuw West.

De jongeren die overlast veroorzaken (met name jongens) hangen vaak doelloos rond op straat. Het huis is vaak te klein voor de grote gezinnen en een andere plek om naartoe te gaan is er niet.

Doelstelling
In samenwerking met Stadsdeel Slotervaart-Overtoomse Veld en bureau Parkstad ontwikkelen Paul Pieck en Benno Réwinkel een plan om op zoek te gaan naar de oorzaken van de problemen, en een model te ontwikkelen dat deze problemen aanpakt op een manier die navolging kan vinden in andere probleemwijken.

Het doel van dit sociaal sculptuur is het vergroten van de leefbaarheid van de buurt voor alle betrokken partijen. Om tot een oplossing van de problemen te kunnen komen moeten eerst de oorzaken daarvan worden onderzocht. Omdat de jeugd in de wijk de meeste onrust veroorzaakt richt het onderzoek zich in eerste instantie op hen. Waarom gedragen zij zich zo destructief? Wat is er volgens hen zelf mis met hun leefomgeving? Wat willen deze jongeren eigenlijk? En wat willen ze daar zélf aan bijdragen?

Op basis van dat onderzoek moet een gelijkwaardige ontmoeting tot stand worden gebracht tussen de bewoners en de ambtenaren die hen vertegenwoordigen.

Door de probleemjongeren instrumenten aan te reiken die hen in staat stellen zelfredzaam te zijn, kan voorkomen worden dat ze wegglijden in introverte radicalisering.

Werkwijze
De buurtjongeren krijgen videocamera’s om hun leefwereld in beeld te kunnen brengen en suggesties te doen voor verbetering. Paul & Benno moeten eerst het vertrouwen winnen en gaan 4 maanden lang, elke twee weken (nog zonder camera) de buurt in om met de jongeren in gesprek te komen. Zoals verwacht blijkt het niet eenvoudig het vertrouwen van de jongens te winnen. Ze hebben in de afgelopen jaren de ene na de andere journalist met cameraploeg de wijk in zien komen én weer zien vertrekken. Ze voelen zich daardoor een media-item dat goed scoort en hebben genoeg van de stereotype bevestigende beeldvorming.

Gaandeweg lukt het  de leiders van de ongeveer 110 jongeren te overtuigen van het nut van hun project en wordt er ingestemd om mee te werken.

De afspraken worden zwart op wit als volgt vastgelegd:

De jongeren maken een film over hun buurt. Door elkaar en andere bewoners te interviewen moet duidelijk worden hoe de eigen buurt gezien wordt, wat er goed en wat er slecht aan is, wat de behoeften van de bewoners zijn.

Naar aanleiding van de documentaire wordt een afspraak geregeld met de stadsdeelbestuurder Jeugdzaken. Dat moet de opening van een gelijkwaardige dialoog zijn zodat er constructieve afspraken gemaakt kunnen worden. Dit moet leiden tot meer begrip in de wijk en concrete oplossingen.

De jongens krijgen een cursus videotechniek en worden uitgerust met camera’s. Hoewel er van alle kanten wordt gewaarschuwd dat de camera’s zullen verdwijnen blijkt dit niet het geval. Vertrouwen werkt twee kanten op.

Vanaf dat moment worden de jongeren gevolgd met de camera, en filmen ze ook zelf terwijl ze elkaar en de buurtbewoners interviewen. In totaal hebben 15 jongeren meegedaan aan de videocursus en hebben zeker 20 jongeren interviews, camerawerk en geluid gedaan. De film is gemonteerd en vertoond in de raadszaal van het stadsdeelkantoor. De jongeren zaten voor de gelegenheid op ‘het pluche’ en de raadsleden op de publieke tribune. Zo werden ze uitgenodigd zich in de positie van de ander te verplaatsen.

Uit de film blijkt dat de jongeren een eigen plek willen zodat ze minder bedreigend overkomen op de overige bewoners van de buurt. De bewoners en de jongeren blijken elkaar verrassend goed te begrijpen. Autochtone ouderen herinneren zich de jaren vijftig en hadden destijds soortgelijke problemen. In ruil voor een eigen plek beloven de jongens minder rottigheid en criminaliteit.

Na het zien van de film zegt de portefeuillehouder Welzijn een eigen ruimte voor de jongeren toe, die inmiddels gestalte heeft gekregen in ‘the Basement’ een kelderruimte onder het Tech-college middenin de buurt.

Na afloop van het project bleek dat tijdens de uitvoering ervan de kleine criminaliteit was afgenomen en de sociale cohesie in de buurt was toegenomen.